De oma in de kinderwagen.

Ik zette de kinderwagen even aan de kant, zodat ik bij het springtouw kon wat ik wilde kopen. Terwijl ik het springtouw pakte, hoorde ik mijn zoontje sputteren. Nog voor ik er zelf heen kon lopen (ik was 2 hele stappen verwijderd), doken er 2 oudere dames half in de kinderwagen.

‘Stil maar kleintje, ben je hier alleen gelaten?’

Mijn zoontje zette een octaafje bij, waarop de andere dame zijn speen pakte. Ik zei dat hij die speen niet hoeft, en dat ik er alweer ben.

Ze bleven echter staan en ik moest moeite doen om bij mijn eigen kind te komen. Terwijl de ene dame over het hoofdje van mijn zoon aaide, bleef de ander het speentje vasthouden, want een baby die niet van speentjes houdt, bestaat toch niet?

Ik pakte de duwstang en duwde de wagen weg. De twee dames verbijsterd dat ze geen bedankje kregen, achterlatend.

Thuis waste ik het speentje en kookte mijn zoon uit. Of andersom? Ja, andersom.

 

Wat is dat toch met mensen (lees: oudere dames) en huilende baby’s? Er moet hoe dan ook een diagnose gesteld worden (heeft honger, vieze broek, ah zielig geen muts, ah zielig, wel een muts, te warm, te koud, boertje, krampjes), en dat wordt dan allemaal gedeeld aan de moeder. Want die is zelf natuurlijk niet in staat om na te denken.

Ik snap dat het allemaal lief bedoeld is, maar heel eerlijk? Doe maar niet.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *