Mamsie

Moede(r)loos…

moe·de·loos (bijvoeglijk naamwoord; moedeloosheid)
1 somber doordat men de hoop heeft verloren

—————
Gisteren stond ik bij de bloemist, stug twéé moederdagboeketten. Met twéé kaartjes. Thuis schreef ik ‘ik mis je zo lieve mama’ op het ene kaartje, hing het aan de ene bos bloemen, zette die in een vaas en zette het boeket neer. Naast haar urn. Had ik dat vorig jaar verwacht toen ik mokkend over commercie een boeket uitzocht? Nee, toch niet helemaal.
Met moederdag zat ik altijd bij mijn mams. Altijd.
Nu zat ik bij lief zijn moeder, en het was best gezellig om me heen. Om me heen, want diep van binnen, was ik nooit eerder zo alleen.

Moederdag. Het heeft ineens een hele andere betekenis.

Dag. Moeder. Dag.

4 reacties